Muziek luisteren: Toen, nu en straks

muziek luisteren in de toekomst

In den beginne was er alleen live muziek. Zang was er al eerder, maar zo’n 200.000 jaar geleden kwam daar getrommel bij. De oudst gevonden trom is 165.000 jaar. En pas heel veel later – 100.000 jaar later – kwamen daar meertonige fluiten bij. Een nostalgisch verhaaltje over verleden en toekomst van Het Muziek Luisteren.

Lawaai maken met botten en stokkies op dingen. Holle dingen klinken harder. Fluiten kon je van allerlei materiaal maken, van botten, takjes, gras, of gewoon op je handen. Sla een ritme, fluit eroverheen. Verdrijf wilde dieren. Het werkt! Dans en zing. Party time! Zo is het waarschijnlijk allemaal begonnen.

Vanaf de eerste noten waren er luisteraars. Aanmoedigingen. Een eerste primitief applaus. Omdat je iets ongehoords hoort. Verbaasd, verwonderd.

En er was altijd wel iemand die goed dieren kon nadoen. Die ging zangvogels nadoen, en begon te improviseren. Wonderlijk. Men begreep het niet helemaal, maar men was vervuld. Uitzonderlijk muzikale talenten zijn er altijd geweest. Men ging meezingen, meedansen, meetrommelen.

Op mindere momenten kreeg de lawaaimaker van alles naar zijn kop gegooid. Ook van alle tijden.

Muziekinstrumenten werder verfijnder, maar dat duurde wel een eeuwigheid. Letterlijk. Heeft bijna 200.000 jaar geduurd. Snaarinstrumenten en xylofoons zijn waarschijnlijk nog maar hooguit 4000 jaar oud. Nog maar net dus. Plotseling. Met deze instrumenten kwam opeens ook de eerste muzieknotatie. Zodat je een melodie kon opschrijven, om ‘m zelf te onthouden, of aan iemand te geven, of zelfs naar iemand te sturen. De eerste muziekdragers.

Nog steeds is het voor ons wonderbaarlijk en extreem gecompliceerd hoe deze muzieknotatie zich razendsnel in maar een paar duizend jaar (tientallen generaties) evolueerde tot de ongelofelijke expertise van complexe muziekstukken, culminerend in de op eenzame hoogte staande muziekcultuur van de 17e en 18e eeuw in Europa, met onder andere Bach, Mozart en Beethoven. Er valt nauwelijks over te twisten – dat absurde ongrijpbaar hoge niveau is daarna eigenlijk nooit, en nergens, meer gehaald. Qua noten dan. Qua ritmes, akkoordenschema’s en solo’s ging de jazz daar misschien nog weer overheen.

Met die muziek werd het luisteren naar muziek een nieuw fenomeen. Je hoefde niet eens mee te zingen, te dansen of te trommelen. Je kon er gewoon bij gaan zitten luisteren en de verwondering, emotie en spirituele ervaring kwam vanzelf. 2000 Jaar religie heeft daar ook aan meegeholpen: in de akoestiek van kerken, gekoppeld aan religieuze ervaringen, ceremonies en rituelen met specifieke doelen werkte de muziek nog sterker en indrukwekkender.

Muziek opnemen en verhandelen: een revolutie

Tot dan toe was er alleen live muziek, met een steeds groter wordende groep waarderende luisteraars. Vanaf 1750 ontstond er ook een handel in bladmuziek. De eerste hits! De wens begon te ontstaan om die fantastische muziek-uitvoeringen ook nogmaals (of in eigen huis) te kunnen beluisteren. Pas in 1877 kon dat, met de Phonograaf van Edison. Met een toeter als microfoon, die een naald in een draaiende wasrol liet bewegen. In de hardgeworden was plaatste je de naald weer terug, en als je de rol ronddraaide kwam het originele geluid weer uit de toeter.

De wasrol werd een platte plaat. Van die plaat werd een exacte mal ofwel matrijs gemaakt, waarmee je meerdere kopietjes kon persen. Vanaf 1925 kon dat elektrisch, en vanaf 1950 werden er 78-toeren-platen verkocht. Eerst van breekbaar spul zoals bakeliet, uiteindelijk van onbreekbaar vinyl. LP’s kregen pas vanaf 1960 de bekende 33 toeren, met 2 kanten en in totaal 45 minuten muziek. Kleine singeltjes werden 45 toeren, want zo’n kleine cirkel moet sneller draaien voor dezelfde kwaliteit. De beste kwaliteit was de maxi-single: 45 toeren op 12 inch LP-formaat. Vinyl is sindsdien nooit meer echt weggeweest, omdat het elke 10 jaar weer helemaal hip wordt. Ondanks alle gebreken.

Vanaf 1945 was er ook magnetische tape. De originele opnames in de studio waren altijd al op tape. En vanaf 1980 werd het allemaal digitaal. Hier lijkt een einde te komen aan dit verhaal, maar voor mij was dit eigenlijk de inleiding. Wat ik wou beschrijven is namelijk hoe de muziekdrager zich zo stormachtig vanaf 1970 verder ontwikkeld heeft. En vooral hoe die evolutie nu ten einde is.

Begin jaren zeventig lagen er alleen LP’s in de muziekwinkels. Een plaat kostte 21 gulden. Pas tien jaar later kwamen er fonotheken: bibliotheken met platen die je kon huren. Voor die tijd leenden we elkaars platen – ik gaf daar dan vaak 1 gulden voor omdat ik zelf niet zo veel platen had. We namen dat op op muziekcassettes, oftewel Compact Cassettes, een uitvinding van het Nederlandse Philips, uit grofweg 1965. Een C90 Chroom-cassette kostte uiteindelijk nog maar iets van 7 gulden, en daar konden 2 platen op. De geluidskwaliteit was goed, zolang je de koppen af en toe schoonmaakte en die afstelde met de bias. Er was Dolby B en C als ruisonderdrukker. Weer later kwam er Metal-tape, dat klonk nog weer beter dan Chroom, wat op zijn beurt weer veel beter was dan de eerste Ferro-bandjes.

De vinyl singeltjes waren in verhouding iets duurder – 5 gulden per stuk – maar die hitjes kon je ook gewoon van de radio opnemen. Je hield de lijst van de Top 40 paraat, en dan wist je precies wanneer je favoriete nummer op de radio kwam. Dan stond je klaar met je cassetterecorder. Kwestie van start-en-stop, of beter nog: de Pauze-toets – dat was sneller. Radio was analoog en klonk heel goed, ook al omdat ze in de studio supergoede audio-apparatuur gebruikten. Beter dan je eigen pickupje thuis in ieder geval. Die ik aanvankelijk niet eens had  – dus gebruikte ik die van mijn vader, en nam de lp’s op cassette op. In die tijd had ik alleen een oud versterkertje met losse speakertjes, een Lenco hoofdtelefoon en een AKAI cassette-deck van 300 gulden. Jaren voor gespaard en gewerkt. Kostbaar bezit.

Vanaf 1980 had je ook kleine cassettespelers: de Walkman van Sony, later ook van andere merken zoals Aiwa. Vanaf die tijd werden voorbespeelde cassettes zelfs meer verkocht dan lp’s, ook omdat in de auto de cassette inmiddels gewoon was geworden.

Toch was er wel een nadeel aan die cassette: de plaat klonk net iets beter, en tape verouderde sneller dan vinyl. Van sommige muziek uit de jaren zeventig is de plaat nu het enige origineel: zelfs de originele studio-banden klinken inmiddels slechter. En voor DJ’s was vinyl de enige bron: met de naald kon je meteen naar het juiste stuk. Je kon een stukje markeren met stickers of met een krijtje. En er dan mee mixen, beat-matchen en scratchen. Er onstonden compleet nieuwe muziekgenres op die manier, zoals hip-hop en rap. Vinyl is om de 10 jaar steeds weer helemaal hip.

Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig voltrokken zich nog twee andere enorme revoluties voor de luisteraar: Video-tape en Digitale CD’s. De CD was wederom een uitvinding van het Nederlandse Philips. In het videokamp woedde de strijd tussen VHS, Betamax en Video2000 (ook weer van Philips). Die werd uiteindelijk gewonnen door VHS (van o.a. JVC). Er kwam een verbeterde versie, en die videotape bleek toen ook perfect geschikt voor HiFi Audio. Op 1 VHS-cassette van 10 gulden kon je iets van 8 CD’s opnemen. Perfecte kwaliteit voor de laagste prijs. Want CD’s waren duur: 45 gulden. De CD’s kon je gelukkig ook huren bij bibliotheken of CD-verhuurzaken. Ik had tegen die tijd kastenvol CD’s en VHS-cassettes. De Compact Cassette werd, net als vinyl, weer bij het oud vuil gezet.

De CD was in 1985 overal ingeburgerd. Er kwamen draagbare players (Discmans) en CD kwam ook in autoradio’s. De volgende revolutie – pas zo’n 10 jaar later – was de CD-R: de CD die je kon opnemen. Je had ook wel Minidisc en digitale tape (DCC, ook van Philips) maar dat werd niks. Omdat het digitaal is, was de kopie voor het eerst exact gelijk aan het origineel. En dan wil men als kopie ook graag exact hetzelfde ding: zo’n zelfde CD, in zo’n zelfde jewel case. De platenmaatschappijen waren daar niet blij mee. Zij probeerden de thuiskopie op alle manier te dwarsbomen. Er kwam een heffing op lege CD’s, bijvoorbeeld.

Omdat een CD handiger in gebruik is dan die VHS-cassettes (mede door de opkomst van draagbare Discmans en de CD-autoradio) gingen we gehuurde CD’s voortaan dupliceren. Dat was een hoop gedoe, dat wel. Je had een computer nodig, en allerlei rare vage software, het duurde lang en het ging ook nog eens vaak fout. Je moest lege schijfjes kopen, die soms waardeloos slecht bleken. Je moest ook nog eens de hoesjes inscannen, printen, uitknippen en in elkaar frutselen. Ik stapte over op slimcase doosjes: makkelijker, en je kon je twee keer zoveel cd’s kwijt in dezelfde ruimte. Het bleef allemaal wel kostbaar en tijdrovend. Maar omdat de CD’s nog steeds stervensduur waren was het lonend. Het was de enige manier om aan veel nieuwe muziek te komen, zonder al je geld meteen kwijt te zijn. Ik heb wel eens berekend dat ik aan muziek iets van 50.000 euro heb uitgegeven, en dat is niet eens heel extreem, bereken het voor jezelf maar eens!

Een ander probleem lag in het ontdekken van nieuwe muziek. Je moest helemaal naar een grote stad, naar een of andere winkel en dan kon je op een hoofdtelefoon maar een paar platen beluisteren. Wat een verschrikkelijk gedoe was dat. En de radio draaide jouw muziek ook allang niet meer. Er was een enorm gat voor de fanatieke luisteraar: hoe kon je in Godsnaam al die toffe nieuwe platen beluisteren? Ik huurde nog steeds van alles, en nam dat dan op, maar ook dat begon te duur en teveel gedoe te worden. Altijd alles na twee dagen terug moeten brengen. Ze hadden niet alles. Je kon niet eerst even luisteren. Er kwamen suffe luisterpaaltjes in winkels. Dat was het natuurlijk ook niet.

Ik had er inmiddels een soort van oplossing voor ontwikkeld, en ging daarmee naar Philips. Daar presenteerde ik mijn ReleaCD: met een goedkoop maandelijks abonnement kreeg jer per post elke maand een interactieve CD vol met fragmenten en reviews van nieuwe albums. Je kon alles direct en eenvoudig bestellen, en je bestellingen werden snel per post geleverd. Geniaal, dacht ik. Dat je zeg maar de OOR leest, maar ook meteen alles even kan beluisteren en bestellen! Met korte fragmenten in 8-bit mono kon je de hele de Top 40 aan LP’s behandelen op 1 CD.

Internet was er al wel, maar niet zoals we nu kennen, je kon daar geen nieuwe muziek beluisteren. iTunes en Amazon bestonden nog niet. MP3 bestond niet. En daar, op het hoofdkantoor van Philips, in Eindhoven, kreeg ik op fluisterende toon te horen dat mijn idee erg leuk was, maar dat er binnenkort IETS HEEL BIJZONDERS uitkwam, dat een REVOLUTIE zou ontketenen. Ze konden er verder niks over zeggen, maar mijn leuke idee zou snel TOTAAL overbodig worden.

Daar was niks van gelogen. De MP3 kwam. Wat een revolutie. 10x compacter dan een CD, met bijna dezelde kwaliteit. Vanaf 1999 ontstond er zo een enorme illegale markt. Elke computer nerd kon elke CD uploaden en gratis verspreiden. Je had alleen internet nodig, en je kon dan alle muziek vinden en op CD branden. Via Napster, LimeWire, Gnutella, Kazaa, eDonkey of andere peer-to-peer systemen, of via nieuwsgroepen en torrents. De prijs van CD-R daalde enorm, en de DVD-R kwam ook al op. Op 1 DVD kon je wel 25 CD’s branden. Je had alleen een DVD-speler nodig die MP3 ondersteunde, en op den duur werd zo’n speler ook spotgoedkoop: 50,-. Ik had kastenvol met gebrande DVD’s. Nu konden al die VHS-cassettes en CD’s weer bij het grofvuil.

Eindelijk kon je alle muziek beluisteren. En het was nog eens gratis ook! Dat hoefde nou ook weer niet, we wilden er graag voor betalen. Maar dat kon gewoonweg niet meer. De platenmaatschappijen probeerden alles te verbieden, en hebben verder nooit naar een eenvoudige betaal-oplossing gezocht.

De tweede of derde golf van nostalgisch vinyl kwam ook meteen op, want dat klonk bij nader inzien toch wel even beter dan die eerste 128k MP3-tjes. Ik deed daar ook weer aan mee, tot ik ontdekte dat er op nieuwe persingen soms gewoon MP3-tjes stonden!

De platenmaatschappijen waren doodsbang, en wilden alle vernieuwing krampachtig tegengaan. Ze probeerden kopieerders op te pakken en te beboeten. Gelukkig stond er een nieuwe machtige visionair op: Steve Jobs van Apple. Hij lanceerde iTunes en de geniale revolutionare iPod: al je muziek op een klein spelertje. Er waren al wel MP3-spelers, zo rond 2002, maar daar pasten maar twee CD’s op. Op een iPod kon je meteen 100 CD’s zetten: “A thousand songs in your pocket!”. Steve Jobs kreeg het eigenhandig voor elkaar dat ALLE platenmaatschappijen meededen. Binnen een paar jaar maakten die meer winst dan ooit, via de verkoop van digitale liedjes in iTunes. De prijs was geniaal: 1 dollar per liedje. Dat heeft iedereen er wel voor over! Ik ook.

Ook zo geniaal: Steve Jobs regelde persoonlijk dat je nu EIN-DE-LIJK alle muziek kon voor-beluisteren. Van elke track kon je een fragment van 30 seconden beluisteren (later werd dat 1 minuut). En – nog ongelofelijker – het lukte hem zelfs om de kopieerbeveiliging (DRM) eraf te halen, met zijn legendarische ingezonden brief. Hij begreep als enige dat de consument de dupe zou worden van al die beveiliging. De hele wereld voorgoed veranderd. Met een brief.

Het werd een enorm succes. Iedereen had iTunes, zelfs op Windows, en iedereen had een iPod. Even later had iedereen een iPhone: dat is een iPod met internet en GSM. De verkoop van muziek ging wereldwijd als een speer.

Maar hoe zag dat er in de praktijk uit, eigenlijk, op den duur, zo rond 2010? Ik had dus een iTunes-bibliotheek met 70.000 kostbare tracks. Te groot om op elke computer te zetten. Het moest dus op externe schijven, het liefst ook nog netwerk-schijven. Dat is traag en onhandig. En je moest er ook nog eens regelmatig een back-up van maken, want na 2 keer te hebben meegemaakt dat de schijven met al je muziek gecrasht waren, had je gezworen: dat nooit meer. Je moest langzamerhand aan de NAS of aan de Media-server – dat was de volgende stap. Maar gelukkig kwam er vanaf 2011 ook een ideale nieuwe oplossing: de streaming diensten zoals Spotify.

Einde van het verhaal!

Streaming is het eindstation. Je wil alle nieuwe en oude  muziek altijd en overal kunnen beluisteren, je wil lijstjes maken en delen, je wil persoonlijke aanbevelingen, het moet slim op al je apparaten werken, je wil geen gedoe met back-ups. Je wil ook graag betalen: 10,- euro per maand is natuurlijk okee. Dankzij de concurrentie met Apple Music en andere streaming-diensten is er ook Spotify Family: 6 personen voor 15,- per maand. Eigenlijk absurd goedkoop,: dat zal op den duur omhoog moeten denk ik. Tenzij iedereen mee gaat doen, want in 2016 waren er opeens al grofweg 100 miljoen betalende streaming-gebruikers. Stel je eens voor: er komt dus nu al 1 miljard euro per maand binnen bij de streaming diensten!

Gratis kan het ook: tegenwoordig luistert men ongelofelijk veel gratis op Youtube en Soundcloud, en je kan ook gratis Spotify (met reclame) luisteren.

Inkomsten voor artiesten zijn naar ratio: hoe meer het afgespeeld wordt, hoe meer inkomsten. Eigenlijk heel eerlijk: want vroeger verdiende een artiest niks extra als zijn plaat grijs werd gedraaid (letterlijk: zwart vinyl werd grijs als je ‘m vaak draait). Nu dus wel. Kleinere artiesten verdienen met streaming heel erg weinig, maar hebben de streaming-diensten broodnodig als reclame voor optredens.

Iedereen blij! Alleen nog video en 24 bits erbij misschien, maar dat zijn details. Zou dit over 1000 jaar allemaal nog steeds hetzelfde zijn? Of krijgen we weer iets totaal nieuws?

78 Toeren platen konden breken, en die kon je lijmen
78 Toeren platen van bakeliet konden breken, en die kon je gewoon lijmen
De muziekcassette ofwel Compact Cassette, een uitvinding van het Nederlandse Philips
De Walkman van Sony
Koppen schoonmaken met een schoonmaakcassette
De eerste CD-spelers in 1983
De eerste betaalbare CD-speler in 1983. Ook van Philips. Herken je ‘m nog?
VHS tape
VHS tape.: 10 CD’s op 1 cassette.
CD’s zaten in een onhandige Jewel Case. Het gat was gebaseerd op het Nederlandse dubbeltje. De capaciteit was 74 minuten: zo lang is de Vijfde van Beethoven.
Op een DVD kon je wel 25 CD’s zetten, in MP3-formaat.
De iPod kwam in 2001 maar werd in 2004 pas echt populair. En hoe!

1 Reactie

  1. Mooie samenvatting.
    Kanttekening: Spotify is het eindstation? Lijkt me iets te hoog gegrepen. Ik denk eerder een extraatje. Je bezit nl. niets, stop je met betalen ben je alles kwijt: playlists en downloads, stopt een uitgever of een artiest met toestemming geven voor streamen stopt het ook.
    Groetjes

Geef een reactie